Leerkrachtenzorg

Leerkrachtenzorg

Op veel scholen in Nederland wordt te weinig aandacht besteed aan de uitvoering van het personeelsbeleid. Op zich is dat komisch, omdat het onderwijs bij uitstek een sector is waar het draait om omwikkeling van mensen. Onderwijs geven we vorm op basis van een mensbeeld. Dat noemen we onderwijsvisie. Wat heeft een mens, in dit geval een kind, nodig om zichzelf te ontwikkelen, te groeien en tot ontplooiing te komen? Vanuit dit perspectief staan hieronder een aantal parallellen vanuit de leerlingenzorgstructuur die we kunnen gebruiken in de leerkrachtenzorgstructuur. Ik vind “zorg” trouwens een mooi woord, ondanks dat ik snap dat dit in het onderwijs inmiddels een nare smaak heeft bij een aantal mensen. Zorg overboord gooien gaat mij te ver. Voor elkaar zorgen en naar elkaar omkijken is een prima basis om een schoolgemeenschap op te bouwen.

Er zijn talloze parallellen tussen leerlingen- en leerkrachtenzorg. Hieronder noem ik de belangrijkste:

  • Ga uit van een LVS. Een leerling- of leerkrachtvolgsysteem. Je mag zelf kiezen. Sla alle informatie op. Leg gesprekken en afspraken vast. Maak vorderingen meetbaar. Zorg dat de informatie zo is opgeslagen dat er “een OKR” te maken is van de leerkracht.
  • Wat doe je als je signalen krijgt dat het niet goed loopt met een kind? Je gaat analyseren met betrokkenen en naarmate het kind ouder is, wordt het kind zelf meer betrokken bij de analyse. Waarom zou je dat bij een leerkracht niet doen. Overeenstemming bereiken over de signalen en samen analyseren.
  • Schakel experts in voor de analyse. Voor observaties en voor begeleiding als vervolgstap op het vorige punt. Baseer die analyse op feiten. Roep een Z.A.T. bijeen op leerkrachtniveau. Ik maak te vaak mee dat ik te laat worden ingevlogen en vooral gebruikt word om iets over te brengen wat de direct leidinggevende zelf niet over durft/kan brengen maar stiekem al weet (of er helemaal naast zit). Waarvoor kun je experts inschakelen? Voor diezelfde zaken als waarvoor je bij een kind een expert inschakelt; als je het niet meer weet, als je niet verder komt, als je er samen niet uitkomt, als je specifieke kennis nodig hebt. Zo hanteer ik bijvoorbeeld psychologische- en intelligentietesten waarmee redenen achter vermogens en onvermogens eenvoudig blootgelegd kunnen worden en actief gekoppeld kunnen worden aan gedrag binnen en buiten de klas. Dat helpt enorm voor de acceptatie van onvermogens. Ja, ik pleit voor testen en toetsen als hulpmiddel. Net als bij leerlingen. Niet systematisch, maar wel incidenteel.
  • Bij een kind hebben we heel goed door dat een kind altijd wel wil groeien, maar het niet altijd lukt. Mijn beeld is dat naarmate een kind ouder wordt, er steeds meer een vaststaand beeld ontstaat waarin hij of zij zich wel of niet nog kan ontwikkelen. Zelfbeeld noemen we dat. Dan kan positiever of negatiever zijn dan de werkelijkheid. Op één of andere manier denken we dat als een leerkracht zich niet ontwikkelt in de gewenste richting, er sprake is van onwil. Dat is niet zo. Vaak is het goed deze vaststaande beelden in beweging te brengen. Je moet met elkaar praten over de juiste onderwerpen.
  • Ervaringen en thuissituaties van kinderen bepalen voor een deel het leersucces van dat kind. Volwassen mensen hebben meer meegemaakt dan kinderen. Mooie en minder mooie dingen. Hoe de volwassene omgaat met deze minder mooie dingen kan bepalend zijn voor de ontwikkelingsmogelijkheden. Zijn deze minder mooie ervaringen ballast of bagage geworden en wat voor consequenties heeft dit voor de ontwikkeling? Dit zijn de onderwerpen die minimaal besproken dienen te worden. Er is namelijk geen beroep dan het beroep van leerkracht, waar een werkplek zo’n enorme spiegel van jezelf is. Kinderen reageren op de leerkracht en op wat hij/zij bewust en onbewust doet en overbrengt.
  • In gesprekken en dus ook de moeilijke gesprekken, zitten drie niveaus: het relationele (hoe staan we tegenover elkaar), het procesmatige (is alles logisch en navolgbaar) en het inhoudelijke (waar hebben we het precies over). Gaat het op één van de drie niveaus mis, dan gaat het op alle niveaus mis. Ik zie vaak in de praktijk dat inhoud een reden is om de procesmatige kant wat minder aandacht te geven. Vaak is dat het gevolg van emotie naar aanleiding van een incident en de daarmee gepaard gaande druk op de directeur om daadkrachtig op te treden. In de leerlingenzorg hechten we eraan dat we ouders mee kunnen nemen in processen. Doe dat alsjeblieft ook bij de leerkracht. Tip hierbij is dus ook: begin op tijd met de moeilijke gesprekken.
  • We weten dat ander gedrag laten zien bij een kind tijd kost. Stapje voor stapje. Herkennen, veranderen, verankeren. Zou dat bij een volwassene anders zijn? Ik geloof er niets van.

Geef het goede voorbeeld als leidinggevende in hoe je omgaat met een leerkracht. Als model voor hoe een leerkracht met een kind om moet gaan. Respectvol, eerlijk, duidelijk, stimulerend en kansen gevend. Verbindt deze parallel tussen leerling en leerkracht actief in de gesprekken met de leerkracht.

Heb je vragen over dit artikel, of begeleiding nodig op dit vlak, voel je dan vrij om contact op te nemen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *